Slachtdialogen

Ik lees op dit moment Wolf Hall van Hilary Mantel. Als je eenmaal aan de elliptische stijl gewend bent is het prima te doen, vooral vanwege de juich gewelds-scenes. Een moord, een brandstapel, een stevige vechtpartij. Maar ook een ander soort scene, die verband houdt met al dat geweld.  Een scene die weliswaar in taal wordt uitgevoerd, in de vorm van een gesprek, maar waar fysiek geweld en onrecht aan ten grondslag ligt. Ik noem het ij gebrek aan beter de Slachthuisscene.

Het is  de scene waarin een zuiver onschuldig personage tot staatsgevaarlijke vijand wordt verklaard door middel van een gesprek. Met als gevolg dat je uit de gratie valt en je leven niet langer zeker bent.  Bekentenissen worden ontlokt met gefabriceerde bewijzen, zinnen worden expres verkeerd geïnterpreteerd, woorden worden verdraaid. Een kat-en muisspel met woorden. De manier waarop een  bedrijfsleider van een oplettend personeelslid afkomt, die onregelmatigheden in de administratie heeft ontdekt. De manier waarop krijgsgevangenen tot bekentenissen worden gedwongen.

Ik stel me bijvoorbeeld een Turkse groenteboer voor, vriendelijk voor iedereen, op handen gedragen door de buurt. Op een ochtend krijgt hij bezoek van een paar mannen. Tot zijn eigen verbazing blijkt hij aan het eind van de ochtend een Gülen-aanhanger, een terrorist en een vijand van het Turkse Volk blijkt te zijn. Het gevolg van dit gesprek laat zich raden. Vroegere vrienden gaan hem vanaf dat moment ontwijken en in de nacht worden zijn ruiten ingeslagen, de winkel overhoop gehaald, of er worden zo maar drugs aangetroffen, die hem meteen een bezoek van de politie opleveren..

Dat gesprek. Van: ‘Goedemiddag heren wat kan ik voor u betekenen.’ ‘Als ik jou was zou ik ons maar niet zo schijnheilig goedemiddag wensen, want je zaak staat er slecht voor.’ tot ‘Maar dat heb ik helemaal niet gedaan’ ‘Dat heb je vaker gezegd, klootzak, je herhaalt je zelf. En je weet net zo goed als ik dat je staat te liegen.’ – dat is de slachtdialoog. Het moreel van een in wezen goed mens wordt volkomen afgeslacht. Je vindt deze technieken in de Romeinse literatuur, denk ik,  en in Jakobijnse toneelstukken. Ze zijn zo oud als de wereld, en bloedstollend. En, ondanks de grofheden, verfijnd, zoals een stierenvechter danst met een stier. De spanning zit hem in: ‘Houdt de Onschuldige, ondanks alle verbale geweld, zich staande?’ (Nee.) In de roman Wolf Hall moet de hoofdpersoon zijn eigen vrienden aan dergelijke verhoren onderwerpen, wat de scene een extra dimensie geeft.

Vaak is een verschuiving van macht de achtergrond van dit soort gesprekken. Het is oorlog op gespreksniveau.Wie het recht heeft een kamer binnen te komen en ongestraft ongehoorde grofheden te uiten, heeft de slag eigenlijk al gewonnen. Achter elk personage staan groepen van medestanders. Meestal met een duidelijke ‘mening’ – een mantra die door de factie wordt ingegeven. Trump-aanhangers intimideren aanhangers van mevr. Clinton met de volgende mantra: Ze is gek, ze is een bedriegster, ze moet in de gevangenis.

Hoe dan ook, de bedoeling is met dit soort scènes de lezer of toeschouwer het bloed te laten koken. En ik hoop dat het mij een paar keer in het leven lukt dat te schrijven.

Cultuurdebat

Ik kwam jaren geleden naar De Balie voor een debat over cultuur uit andere streken. Ik hoopte van alles te weten te komen over hedendaagse Chinese prentkunst, modern theater uit het Midden-Oosten, elektronische muziek van de Inuit en de Colombiaanse avant-garde. Het woord ‘debat’ had me al moeten waarschuwen, want een cultuurdebat gaat niet over cultuur. Een cultuurdebat gaat over politiek van het engste soort.

Ik denk dat het er in het begin nog wel een paar Irakese kunstenaars werden geciteerd, maar al gauw werd het onderwerp terzijde geschoven door vragen uit het publiek.

‘Waarom gaat het weer over de Irakese elite?’ vroeg een jonge man zich hardop af, ‘en waarom gaat het nooit over de ellende die wij Koerden meemaken?’

‘Het gaat al genoeg over de Koerden!’ riep een andere jongeman. ‘Koerden en hun zogenaamde ellende.  Alsof wij Turken niet het recht hebben onszelf te verdedigen.’

De voorzitter greep in. Hij zei: ‘Laten we ons bij het onderwerp houden. Zoals de filmer Abbas Kiarostami zei…’ Maar hij kon zijn zin niet afmaken. Een andere  jongeman stond boos op. ‘Turken die het recht hebben zichzelf te verdedigen? Ha ha! — En de Armeniers dan?’

Godallemachtig. Ik begon me stierlijk te vervelen. De volle zaal begon naar zweet te ruiken. Boos zweet. Ik dacht: Ik hoor dit nog een tijdje aan, en als het niet verandert zeg ik er wat van.

Een Marokkaan gooide er nog een schepje bovenop. Hij stelde dat de Joden er op uit waren alle arabieren met wortel en tak te vernietigen. ‘We zouden het hier over cultuur hebben!’ mopperde een meneer in het publiek. Ik wilde bijna applaudisseren.  ‘Precies!’ riep de Marokkaanse jongeman. ‘De joden helpen de Arabische cultuur om zeep!’

Ik wist me van verveling geen raad meer. Ik hoorde Russen tegen Tsjetsjenen uitvaren, ik hoorde uiteraard ook Palestijnen tegen Israëliërs te keer gaan en ik had nog even de illusie dat er iemand op zou staan die zei: ‘als we het nou gewoon over kunst gaan hebben, als we met elkaar tot een nieuwe, even globalistische als individuele kunstuitingen kunnen komen, als we, net als bij de wetenschap, door samenwerking en geïnspireerde wedijver tot nóg mooier en beter in staat zijn – zouden dan  al die diepe regionale conflicten niet eens kunnen ophouden?’ Maar die hoop gaf ik op, toen iemand zei: ‘We hebben het hier wel over cultuur, ja? Niet over kunst of zo, want dat begrijpt toch niemand.’

Toen na de pauze dansende derwisjen optraden, zat de zaal nog maar voor een kwart vol. Ik liet me meevoeren in de trance, mijn gedachten werden mild en vloeibaar.  Ik koester weinig illusies over rol van de kunst voor de wereldvrede, maar ik heb een pesthekel aan dat politieke gezeik, de verbale versie van nationalistisch vlaggengezwaai. En ik weet dat dit een vrij land is, dat ieder het recht heeft te zwaaien met wat -ie maar wil, maar ik heb het recht me er kapot aan te ergeren. En om daarna mijn schouder op te halen. Dit is nu eenmaal de wereld waarin we leven.

 

Solidair

Ik ging apart naar een Havo waar ze kunstgeschiedenis als vak hadden. Daarvoor moest ik negentien kilometer rijden met de brommer. Het vak was prachtig van inhoud, maar werd helaas gegeven door een oudere leraar die geen orde kon houden. Telkens als hij met zijn rug naar de klas stond om iets aan te wijzen op een renaissance-kunstwerk (iets wat me heftig interesseerde) waren er jongens die blaadjes uit hun multomap scheurden, er propjes van maakten erop het hoofd van de leraar kunstgeschiedenis mikten.

Die dag draaide hij zich woedend om en zei: ‘Goed! Wie deed dat?’

Niemand natuurlijk.

‘Nog één keer. Wie deed dat? Als niemand de verantwoordelijkheid neemt deden jullie het allemaal en dan moeten jullie na het laatste uur terugkomen.’

Hoongelach was zijn deel.

‘Goed,’ zei de leraar kunstgeschiedenis, ‘dan blijven jullie allemaal maar na!’

Shit.

In de tussenliggende uren wierp een anders wat luie jongen, die een voorkeur had voor te korte t-shirts, zodat hij altijd met een blote buik rondliep, zich ineens op als verzetsleider. In de pauze bevond hij zich, druk pratend, in het midden van een groep klasgenoten met verbeten gezichten.

‘We komen geen van allen terug,’ bezwoer hij.

De meeste van mijn klasgenoten konden zich daar wel in vinden.

Maar ik hoorde bij een groepje dat wel degelijk terug wilde komen. Ik was wel nieuwsgierig wat de leraar kunstgeschiedenis te vertellen had over de renaissance, als hij even geen ordeproblemen had.

Daardoor ontstond er een strijd tussen een minderheid – wij – en een meerderheid – de opstandelingen. De Verzetsleider liet zich zijn rol niet afpakken en riep dat ons gedrag Niet Solidair was.

Ik zei tegen mijn vrienden dat solidair zijn niet hetzelfde is als meehuilen met de wolven in het bos. Niettemin helden mijn vrienden over naar wegblijven. De redenen die ze daarvoor aangaven waren vaag en verschillend, maar in de grond van de zaak werden zij geïnspireerd door groepsdruk. In feite zat ik die namiddag als enige tegenover de leraar kunstgeschiedenis, een en al oor voor de renaissance.

‘NSB-er!’ riep de Verzetsleider me na, nog jaren nadien. ‘Dat doe je niet. Met je klasgenoten hoor je solidair te zijn!’ ‘Werkelijk?’ antwoordde ik, als ik in mijn eentje was. ‘Is de Kunstgeschiedenisleraar dan een nazi? En is solidariteit niet iets wat je hebt met mensen die het slecht hebben getroffen? Gaat dit niet eerder over een verknipt soort groepsdwang? Sta jij niet de geschiedenis en de waarheid te vervalsen en om te buigen, alleen om een positie in de pikorde van de groep te krijgen?’ – Maar dat zei ik nooit hardop. Ik liet al die jaren maar welgevallen dat hij soms naast me kwam staan en ‘Gluiperd.’ siste. En ‘Ongelofelijke klootzak.’

Wat wél gebeurde, toen ik in mijn eentje tegenover de leraar Kunstgeschiedenis zat, met een afbeelding van de Sixtijnse Kapel in het zicht, was dat hij zei: ‘Ik ga niet alleen aan jou les zitten geven. Ga maar naar huis.’

Tweede versie

Het papier is vol. Het ziet er niet uit. Maar het moeilijkste werk is gedaan en het is in het creatieve proces de belangrijkste fase.  Tegelijk is het iets dat je met goed fatsoen aan niemand kunt laten lezen, want er mankeert van alles aan. Ik heb wel eens zo’n versie laten lezen door een regisseur en producent in de veronderstelling dat zij professioneel genoeg zijn om er doorheen te kijken, om de waarde er van in te zien. Dat was niet het geval. ‘Wat is dat voor rotzooi!’ riepen ze geschrokken uit, en ik werd van het project gehaald. Het gigantische voordeel van deze eerste versie, deze kladversie, deze kop-tegen-de-muur versie is dat het er hoe dan ook is en dat je er nu lekker aan kunt werken.

Vrijheid

Soms is het goed om een script met z’n tweeën te schrijven. Dan kan de een de puinbak  van de ander voor kennisgeving innemen en zeggen: ‘Ik begrijp wat je bedoelt, maar volgens mij kan het scherper, grappiger of schrijnender worden opgeschreven’.  In de meeste gevallen ben ik helaas beide personen zelf. Het is dus belangrijk om met hernieuwde lust en energie aan de taak te beginnen.

Mijn doel is om de grootst mogelijke vrijheid en het grootst mogelijke plezier aan het werk te beleven. Er is al ellende genoeg op de wereld. Zelfs in de tweede versie sta ik mezelf óók toe omwegen te bewandelen, een nieuwe laag er aan toevoegen — het is niet alleen maar weghakken en bijpoetsen, maar ook en nog steeds er bij avonturieren. Vaak is de tweede versie nog langer dan de eerste.  Maar ik schrap ook dingen, hoewel ik me daarbij probeer te beperken tot de dingen die er écht niet bij horen en dingen waar ik me voor schaam, zo slecht.

Wandeling

Het heeft me mijn hele loopbaan als toneelschrijver gekost om van het gevoel van zinloosheid af te komen, die tijdens een eerste versie op je rust, namelijk de gedachte: ‘Waarom zou ik dit opschrijven als ik het later toch weer in de tweede versie ga schrappen?’ – Ik moest mezelf aanleren te bedenken dat de functie van een eerste versie iets totaal anders is dan die van de tweede. Een eerste versie is geen bouwtekening, waar alles al in idee aanwezig is, waar je al weet waar alles komt, tot op de deuren en de stopcontacten nauwkeurig. Nee, die eerste versie moet je zien als een wandeling naar een nog onbekende stad. Bij de tweede versie ken je de weg al een beetje en kun je al veel doelgerichter zijn. En bij de derde versie ken je de weg door en door.

Aaron Sorkin volgt de volgende methode: Als hij een eerste versie af heeft print hij het uit, legt dat naast zijn toetsenbord en begint opnieuw te typen. Hij bewerkt het bestand niet, nee, hij begint gewoon opnieuw. Iedere zin komt weer langs, iedere zin wordt gewikt en gewogen. Als die versie klaar is en naar zijn zin, typt hij het nog een keer op, maar dan uit zijn hoofd. Inmiddels zit het stuk dan al zo geramd, dat dat makkelijk gaat.

Beginner

Even wat anders: Best gek dat ik terugval op iets dat eigenlijk een beginnerscursus is. Ik ben niet echt een beginner. Maar ik vind, veel anders dan beginnerscursussen volgen heeft geen zin, de algemene dingen over plot en personage spanning en scènes zijn redelijk snel geleerd. Net als bij een gitaar. Die akkoorden heb je snel genoeg onder de knie. Maar dat is nog niet echt spelen. Dat duurt de rest van je leven om te leren en dat doe je hoofdzakelijk zelf. Door de kunst van anderen af te kijken, door kritisch te zijn en door om te gaan met mensen die er verstand van hebben. Het is heerlijk om af en toe weer naar dat basisniveau terug te keren, om iemand in andere bewoordingen  te horen vertellen wat ik al weet. Want soms glipt er ook iets nieuws doorheen. Een heel script overschrijven lijkt me bijvoorbeeld geen gek idee.

Dit waren vier posts, die er over gingen hoe van lege pagina’s naar volle pagina’s van een zekere kwaliteit te komen. Het onderliggende motief was de werkhouding van de schrijver over de beperkingen die je je oplegt en welke ruimte en vrijheid je kunt nemen. En dat allemaal naar aanleiding van de masterclass van Aaron Sorkin. Kost negentig dollar en het is best leuk. Vooral als je fan bent van A few good men The social Network en The West Wing.

 

Eerste versie – het einde

Als het middendeel gelukt is, als je het gevoel hebt dat de bal recht voor het doel ligt, dan is het eind het stuk waarbij ik mezelf mag belonen. Al die mooie beelden die ik heb bedacht, de ontroerendste zinnen, ik mag  schieten.

Tijdens het moeilijke werk aan het midden, doemt er, als het goed gaat, een beeld van het einde vanzelf op. Het is inderdaad vaak een beeld. Wie tekst schrijft moet in beelden denken. Schrijven doe je met je fototoestel.

Het echte thema

Er komt ook iets anders te voorschijn tijdens het moeilijke werk aan het midden. Het thema. Niet zozeer het thema dat je aan het begin met jezelf en je opdrachtgevers of met wie dan ook hebt afgesproken: ‘we maken een verhaal over de economie, de TTIP en over de grote volksverhuizingen van dit moment’, maar het échte thema. Datgene waarvan je niet wist dat je het wilde zeggen. Als je het beeld kunt vinden dat het echte thema verenigt met een voor jouw gevoel belangrijk beeld, dan zit het goed. Bij mij komt het vaak neer op het thema van een onmogelijke liefde. Dat is nooit waar het bij om begonnen is, ik denk nooit: Hoe krijg ik het thema van de onmogelijke liefde er in  verwerkt? – maar het sluipt er tijdens het werk vaak gewoon in.

In de masterclass van Aaron Sorkin zit Sorkin aan tafel met een stel jonge schrijvers. Het is eigenlijk best goeie televisie wat je dan ziet. Aaron Sorkin is altijd gekleed alsof hij onderweg is naar de golfclub, nogal kakkineus, wat enige afstand creëert, maar in deze afleveringen zie je hem hard aan het werk. Hij bonkt met zijn hoofd op tafel, vertelt flauwe grappen (vaak ten koste van de machteloze jongelui, die hopen een stap in hun carrière als schrijver te kunnen maken en die dus afhankelijk van hem zijn), zegt hele tijden niks en soms zie je pure wanhoop in zijn ogen. Je ziet de strijd van een schrijver, met zijn geheugen, met zijn -vindt hijzelf- gebrek aan intelligentie, met zijn tekortkomingen. Hij staat plotseling op en gaat dan weer zitten, hannest met zijn beide brillen en drinkt zonder dorst te hebben. Dan gaat hij rechtop zitten, slaat energiek met de vlakke hand op de tafel en schrijft op een kaartje: Scene 1: C.J. geeft een persconferentie. Opluchting alom.’Ik doe in pratende mensen, die intelligenter zijn dan ik,’ zegt Aaron Sorkin. Zijn techniek bestaat er uit die mensen onder de grootst mogelijke stress te zetten, waardoor elke mogelijke persoonlijke relatie onder druk komt te staan.

De relatie met het begin

Het einde is terug te koppelen naar het begin. Je begint met Roodkapje en haar moeder. En je eindigt met Roodkapje en de Moeder (En de grootmoeder en de jager) Je begint met een Assepoester en een vader, je eindigt met een Assepoester en een prins. Soms zijn we terug bij het begin (maar dan anders) en soms is het einde een volmaakt contrast met het begin: een mysterie opgelost, een misdaad gestraft, een liefde gevonden. Van droefenis naar vreugde, van vreugde naar droefheid, van gevangenschap naar bevrijding. En soms, en dat zijn de chicste, is het gemengd. Ja het mysterie is opgelost, maar… (ten koste van de integriteit die de held in het begin nog wel had; haar huwelijk is over; de misdadiger is zijn beste vriend).

Ik zie het eind ook graag als: Er is nog maar één ding dat moet gebeuren. Is hij op tijd bij zijn moeder om te zeggen dat vader gered is? Kan zij, voor het afscheid, de dingen nog zeggen die gezegd moeten worden? Je verhaal is teruggebracht tot éen vraag, die te beantwoorden is met óf een ja óf een nee. Zal Roodkapje overleven? Zal de prins Assepoester weten te vinden? Zit het antwoord van het mysterie werkelijk in de doos van John Doe? Zal Rocky Balboa de wedstrijd winnen? Je hebt dat moeilijke midden nodig om die éne vraag belangrijk te maken. Als de manipulaties van de wolf er iet waren geweest had het ons niets uitgemaakt of Roodkapje zal overleven of niet.

Twee glazen wijn

Als ik het einde in mijn hoofd heb, kan ik het razendsnel opschrijven. Het kost me geen enkele moeite. Vaak is het ook korter dan ik me het oorspronkelijk had voorgesteld. Gewoon en kwestie van er mee stoppen voor het ondraaglijk sentimenteel gaat worden.  Ik kan het zelfs opschrijven nadat ik een glas wijn heb gedronken. En als ik een paar uur later klaar ben, drink ik, enigszins verbaasd over dat het nu ineens zo ver is, nog een glas. Want de pagina’s zijn vol.

Eerste versie – Het midden

Verder met de strijd tegen de lege pagina’s.

Als je het begin van het verhaal eenmaal hebt, krijg je een ander soort probleem. Het middendeel van een verhaal is schizofreen. Een afmattende strijd tussen gevoel en verstand. Aan de ene kant moet je volhouden wat je in het begin hebt neergezet. Je hebt a gezegd en moet nu b zeggen, tot en met z. Aan de andere kant moet het iets veranderen. Ongemerkt moet het zaad van die verandering worden geplant. Het is het stuk waar je het meest over na moet denken.

De weg naar de vreselijke waarheid

George en Martha schelden elkaar de huid vol, zijn dronken en moe en blijken twee jonge mensen te hebben uitgenodigd (begin) De jonge mensen komen, het echtpaar waarschuwt nog zó – dit wordt geen leuk bezoeken, maar de jonge mensen blijven toch. Dan moeten ze het zelf maar weten. Het wordt een gedenkwaardige nacht. (Midden)  De pesterijen zijn er nog steeds, nemen zelfs in intensiteit toe, maar Albee, de schrijver, weet dat George en Martha, die zich hebben verschanst in hun narcisme, juist door de aanwezigheid van de jonge mensen, de afschuwelijke waarheid over zichzelf moeten prijsgeven. Dat is de transformatie. Het midden is er voor die transformatie zoveel mogelijk tegen te houden. Wanneer die wordt ingezet (George en Martha gaan een afschuwelijke waarheid, een levenslange leugen, over zichzelf prijsgeven) zijn we aan het eindspel begonnen.

Transformatie

Aristoteles zegt in zijn Poetica: Het midden volgt uit het begin en uit het midden volgt het einde. (Ja hehe) Aaron Sorkin zegt in zijn masterclass dat de Poetica van Aristoteles het enige how to write boek is dat er toe doet. Dat lijkt mij ook, vooral wat betreft de bouwstenen van drama en fictie. Maar Aristoteles analyseerde achteraf,  de stukken bestonden al en van gelukte stukken kun je makkelijk zeggen waarom ze gelukt zijn en van mislukte stukken kun je achteraf makkelijk zeggen waarom ze mislukt zijn. Achteraf kun je altijd je gelijk halen.  Hij verplaatst zich niet in de gedachten van iemand die alles nog moet verzinnen.

Drie mensen staan naast elkaar. Ze houden elkaars hand vast. De eerste houdt met zijn vrije hand een witte vlag vast, de derde houdt met zijn vrije hand een zwarte vlag vast. Iets in de figuur in het midden heeft er voor gezorgd dat de witte vlag zwart is geworden.

Het einde is, als het gelukt is, terug te koppelen naar het begin. Dan zie je wat er is veranderd, en ook wat hetzelfde is gebleven. Dat betekent dus dat het midden, voornamelijk, naast veel anders, een transformatie is. Roodkapje begint met een grote gevaarlijke wolf en eindigt met diezelfde wolf, die dood is en dus niet langer gevaarlijk. Transformatie. Oidipous begint als held en eindigt als schurk. Transformatie. Walter White begint als sullige leraar en eindigt als drugsbaron.  Chic is het als de protagonist verandert of op z’n minst een innerlijke transformatie doormaakt, maar eigenlijk is het afknallen van de antagonist, de boef, voldoende.

Genres

Genres hebben hun eigen ‘middens’. In misdaaddrama vieren we de opkomst en succes van de schurk en planten we tegelijk het zaad van zijn ondergang. Sprookjes hebben de ‘drie keer’-formule. Drie keer doet de wolf een poging om in het huis van de zeven geitjes te komen. In het soort gezinsdrama-toneelstuk waar ik geen ruk aan vind bestaat het midden uit pogingen de waarheid over ‘mama’ boven tafel te krijgen. Fantasy: De Zoektocht naar de Ring is een midden. De reis van de held volgens Joseph Campbell: een netwerk van helpers en poortwachters.

Moppen en trucs

Ik denk bij het midden ook aan een mop of een goocheltruc. Moppen en goocheltrucs: story telling op microniveau. Het midden is de wapperende hand van de goochelaar, die ieders aandacht trekt, en hem daardoor in staat stelt met de andere hand alvast de zakdoek te verbergen die hij later op die plek nodig zal hebben. Het midden is de Engelsman, de Duitser, de Fransman en de Belg in een mop. De eerste drie zijn er voornamelijk om de Belg de ruimte te geven iets doms te doen. Als het goed is ‘klimt’ het verhaal bij elk personage: De Engelsman is nog vrij gewoon, Bij de Duitser wordt het al gekker en bij de Fransman is het helemaal gek. Je denkt: Hoe komt die Belg daar overheen?  En bij de Belg blijkt het allemaal anders en een stuk absurder  te zitten. Pats! Ha ha ha.

Jazz

Ondanks de intellectuele uitdaging die het midden me stelt wil ik met toch los en vrij voelen om te schrijven wat er in me op komt. Ik kan geen nieuw element meer toevoegen, zeker na de helft niet meer. Geen nieuw personage, geen nieuw decor en toch moet alles er fris en nieuw uit blijven zien. Ik vind dat een heidense klus. Niet alleen de personages, maar ikzelf bevind me dan ook in een crisis. soms, door tijdgebrek, kom ik er niet uit en dan lever ik iets in waar ik me later voor schaam. Maar ik weet: als het midden gelukt is, heb ik het gered. Vaak denk ik aan jazzmuziek. De akkoorden  liggen vast, daarbinnen mag ik mijn hart te barsten improviseren. Valse noten mogen, graag zelfs, als ik maar op tijd uitkom bij de noot die helemaal in de harmonie past.

Maar o man, deze pagina’s zijn het allermoeilijkst te vullen.

 

 

 

 

 

Eerste versie – Het begin

Ik ben bezig met een eerste versie van een toneelstuk. Tegelijkertijd kijk ik naar de Master class van Aaron Sorkin. Dit zegt hij er over:

(Ik wilde bijna schrijven: Hier is wat hij erover zegt.  Maar dat klinkt me muy trop  Amerkanistisch angehaucht, capiche?)

Maar goed. Dit zegt hij er over. ‘Een eerste versie is bijzonder moeilijk, omdat je het niet te onderschatten probleem hebt dat je eigenlijk niet weet waar het naar toe gaat.’

Klopt. Uiteraard heb je wel een beetje bedacht of ze elkaar krijgen of niet, of dat de boef wordt ingerekend, of dat vader uiteindelijk uit de kast komt en uitroept dat het hem allemaal spijt, maar echt zeker weten doe je niets. Het verhaal kan zomaar een heel andere kant op gaan. Ook als je aan een scene begint weet je niet echt wat het einde zal zijn. Er staat nog niets op papier. Het is een reis naar het onbestemde en in het onbestemde kun je makkelijk alles verkeerd doen.

Kijken naar contrast

Mijn eigen manier om het probleem van de lege pagina te kraken gaat zo: Ik wil niet alles weten. Eerst moet ik een goed begin hebben. Ik hoef niet te weten hoe het midden er uit ziet en ik hoef al helemaal niet te weten hoe het einde er uit ziet. Ik hoef niet aan geen enkel midden of einde te denken. Alleen een begin.

Waar bestaat het begin dan uit? Ik denk: Een interessant probleem van een personage in een interessante setting. Interessant in de zin van dat in ieder geval mijn hart er sneller van gaat kloppen. De setting kan een familie zijn. Maar dat is op zichzelf niet zo interessant. Een disfunctionele familie, dat is al interessanter. Of een hele vieze familie. Of een familie die ruzie maakt in de vorm van toespraken van amerikaanse presidentskandidaten. En dan het probleem: altijd kijken naar een contrast. Een heldere verstandige jongeman groeit op in een familie van zuiplappen, drugsgebruikers en pornoverslaafden en behoudt zijn fatsoen. Een Ghanese schoonmaakster in een hele vieze witte familie. En met die Amerikaans toespraken heb ik niks.

Dan moet ik het einde van het begin weten. Het einde van het begin is de ‘inciting incident’, het motorisch moment, de Grote Taak, de oproep je te begeven naar het slagveld, de eerste schooldag op de middelbare school… van die gebeurtenissen die ook aan het begin van een verhaal kunnen gebeuren, maar die nu, door wat we nu weten, een grotere impact krijgen. De verstandige jongen in de disfunctionele familie krijgt voor het eerst te maken met een familie die even verstandig is als hijzelf.  Dat verandert zijn leven. Hoe zal hij zijn broers en zussen nu tegemoet treden? De Ghanese schoonmaakster, eh — eist van de jongste zoon zijn schoenen in de kast te zetten enne– riskeert haar baan.

Bier, taart en beloning

Al die dingen moeten zich in één keer, en in zijn gehéél aan mij voordoen. En ik moet ontzettend veel zin hebben dit op te schrijven. Ik moet er een goed gevoel bij hebben. Mijn werk bestaat er voor een groot deel uit een goed gevoel te hebben en dat vereist speciale aandacht. Tijdens het schrijven is alles geoorloofd: Flauwe grappen, melodrama, improvisaties, nodeloze uitweidingen, want ergens in die geïnspireerde warboel zit de kiem voor het midden en het eind. Maar dat is iets om later over na te denken. Er zijn volle pagina’s. Hoera. Bier, taart en beloning.

Intentie en Obstakel

Ik heb net de videoworkshop van Aaron Sorkin (The West Wing, A few good men, The Social Network) gedownload van Masterclass. Kost 90 dollar.

En? Is het wat?

De eerste drie lessen heb ik gezien. Het zijn er vijfendertig en elke les duurt zo tussen de vijf en tien minuten. Voor een deel is t ouwe koek, maar daardoor ook weer verhelderend. Zijn kernbegrippen om een conflictsituatie te bedenken zijn: INTENTIE  en OBSTAKEL. Zonder een Intentie is er geen verhaal, en zonder dat de Intentie een Obstakel tegen komt, evenmin. Assepoester, ooit rijk, vervalt na het overlijden van haar vader in armoede. Intentie: Assepoester wil weer rijk zijn en terug naar de eerdere status. Obstakel: de stiefmoeder en haar ugly dochters. Een intentie kan niet sterk genoeg zijn – en daardoor het obstakel ook niet. Is het conflict eenmaal helder en heeft het publiek zich met het probleem verbonden, dan komen de oplossingen, de je kunt inleiden met de woorden MAAR (Er komt een goede fee) EN DAAROM (Besluit ze naar het bal te gaan) en ECHTER (Ze moet om twaalf uur weg zijn). Eenverhaal zonder Intentie en Obstakel, en zonder Maar, Echter en En Daarom – is geen verhaal. De videolessen zien er geweldig goed uit. Mooi, gestileerd camerawerk, goed geluid. Dat mag ook wel voor het geld, maar ik denk: Als ik dat soort video’s ga maken, moeten ze er zo uit zien!

 

Mythen en politiek

Nimfen

Jaren geleden iets heb gelezen in de verzameling Griekse Mythen van Robert Graves, dat me altijd is bijgebleven en waar ik aan denk in tijden van grote politieke gebeurtenissen. Heel vroeger, nog voor de Helleense wereld,  waren de vrouwen de baas.  In de gedachtengang van Robert Graves beschrijven de mythen de overgang van een matriarchale samenleving naar een patriarchale. De matriarchale samenleving leek aanvankelijk fijn, vredig en harmonisch.

De Grote Godin werd als onsterfelijk, almachtig en onveranderlijk beschouwd en het idee van vaderschap was nog niet in het godsdienstige denken geïntroduceerd. De godin verschafte zich minnaars, maar uitsluitend voor het genot, niet om haar kinderen een vader te geven. De mannen vreesden, aanbaden en gehoorzaamden de matriarch; zij bestierde de grot of de hut, en het moederschap was het voornaamste mysterie.

Ideaal toch? of niet soms? Maar hoe zag dat er uit in de praktijk? Nou, niet bepaald zachtzinnig!

De Nimf van de stam koos jaarlijks  in het voorjaar een minnaar uit haar entourage van jonge mannen, een koning die geofferd werd zodra de zon in kracht begon af te nemen. Zijn gesprenkelde bloed diende om bomen, gewassen en kudden vruchtbaar te maken en zijn vlees werd verscheurd door de medenimfen van de koningin, priesteressen die de maskers van teven, merries en zeugen droegen.

Van voorjaar tot half juni dus. En daarna?

Vervolgens werd er een ‘tweelingbroer’ van de geofferde koning benoemd, om op het geëigende tijdstip, midwinter, eveneens te worden geofferd, waarna hij als beloning in een orakelsprekende slang werd geïncarneerd.

human_sacrifice_mafb-520x245
Mensenoffer bij de Maya’s. Verondersteld wordt dat naarmate de tijden roeriger zijn, men eerder toevlucht neemt tot strenge, pijnlijke en dodelijke rituelen. Soms ook worden gebruiken van vijandelijke volken schandelijk overdreven, waardoor de eigen mensen slecht over hen gaan denken.

Niet door winden en rivieren

Belangrijke politieke en religieuze taken werd de mannen ontzegd. De minaars, de ‘koningen’ mochten wel  af en toe op komen draven als plaatsvervanger van de koningin, maar zij moesten dan wel in de kleren van de koningin optreden, en namaakborsten hebben. En ze mochten jagen, vissen, voedsel verzamelen, het hoeden van kudden en het helpen verdedigen van het tribale territorium tegen invallers, als ze de matriarchale wetten maar niet overtraden.

Bij de recente politieke ontwikkelingen zijn er grote bevolkingsgroepen die zo’n situatie niet graag terug willen zien. Bij Donald Trump zie je niet veel vrouwen, bij de politieke machinaties van de Russische president Poetin ook niet en bij President Erdogan al helemaal niet. Het is niet voor niets dat ik een link leg tussen de huidige politiek en de Griekse Mythen – veel mythen waren ook  het resultaat van politieke retoriek en van het ‘spinnen’ van waarheden, de leugens en bedrog die nu eenmaal horen bij het overtuigen van grote groepen. Maar hoe is, in de onderbuik-gevoelens van de gewone mensen in al die eeuwen het beeld van ‘de vrouw de baas’ veranderd in ‘De man de baas en hou de vrouw er onder’? Het begon, volgens Graves, met een belangrijke ontdekking:

Toen het belang van de coïtus voor de zwangerschap eenmaal officieel was erkend, vond er langzamerhand een verhoging van de religieuze status van de man plaats en werd de bevruchting van vrouwen niet meer aan winden of rivieren toegeschreven.

Nadat een aantal Helleense stammen door kregen dat andere eilanden daar bij de Egeïsche zee weliswaar welvarend waren, maar militair zwak en makkelijk met wat geweld en machtsvertoon konden worden ingelijfd, was het gauw gedaan met het matriarchaat. En daarvan vertellen de meeste mythen.

Unknown
Robert Graves. De man die een ruig oorlogsboek schreef over de 1e Wereldoorlog, een bestseller schreef ‘I Claudius’ en een uitgebreide verzameling Griekse Mythen aanlegde.

Daphne wordt high van laurieren

Perseus onthoofdt Medusa, dat wil zeggen: de Hellenen lopen de belangrijkste heiligdommen van de godin onder de voet, beroven de priesteressen van hun masker en nemen de heilige paarden in bezit. De vernietiging van de Python in Delphi legt de inname van het heiligdom van de Kretenzische Aardgodin door de Achaiers vast. Daarover gaat ook het verhaal van Apollo (De Hellenen) die Daphne (De oorspronkelijke priesteressen)  verkracht, die daarna in een laurierstruik verandert:

De priesteressen van Daphne kauwden laurierbladen, die hen  in een orgiastische stemming brachten Zij stormden bij volle maan naar buiten, gingen onoplettende reizigers te lijf en scheurden kinderen of jonge dieren aan stukken.

De Hellenen verboden dit soort praktijken. Het was geen verkrachting dus, maar een war on drugs. Maar goed, de eerste invallen waren vrij vreedzaam. De bevolkingen mengden aanvankelijk eigenlijk redelijk makkelijk. Alle vroege mythen van verleidingen van nimfen door goden verwijzen naar huwelijken tussen Helleense stamhoofden en lokale priesteressen. Wat op beter verzet stuit van Hera (= oude religieuze gevoelens)

En zo  wordt de leiding van een volk geen kwestie meer van landbouwrituelen, die gaan over weer, oogst, geboorte en dood, maar ook over militaire zaken. De kortheid van de regeerperiode van de koning wordt nu minder praktisch geacht. Tegen die tijd wordt de Koning niet meer echt geofferd, maar sterft een pseudodood. Die wordt ondergaan door een koning die voor één dag wordt benoemd, om aan het eind ervan geslacht te worden.

Soms werd hij door wilde vrouwen verscheurd, soms doorboord met een speer met de punt van een roggestaart, met een bijl gedood, in zijn hiel geprikt et een giftige pijl,van een klif gegooid, op een brandstapel verbrand, in een poel verdronken of gedood in een van tevoren beaamde botsing tussen twee strijdwagens. Maar sterven moest hij.

Daphne. Deckers in dit geval. De nimf (volwassen vrouw) die als schrijfster en tv-persoonlijkheid min of meer een priesteres is - en de godin die min of meer symbool staat voor oude, matriarchale riten.
Daphne. Deckers in dit geval. De nimf (volwassen vrouw) die als schrijfster en tv-persoonlijkheid min of meer een priesteres is. Bovendien is Daphne een godin die bij het voor-Helleense matriarchaat hoort.

Welvaartszwakte

Later wordt de te offeren jongeman vervangen door een dier. En nog later weigert de Koning überhaupt te sterven. De Nimf, de Koningin, krijgt een steeds symbolische functie, ze mag zogezegd de lintjes doorknippen, maar als zij sterft is ook de Koning zijn positie kwijt. Tot iemand op het idee komt incest te plegen met een van zijn ‘dochters’. Dan kan hij doorregeren.

Nog weer later, onder invloed van de voortdurende invallen van Achaiers en andere volkeren, grote migratiestromen en politieke turbulentie wordt het patriarchaat steeds meer naar de achtergrond gedreven. De Koning komt nu niet meer naar de Koningin, nu moet Penelope naar Odysseus toe. De vrouwenrituelen verdwijnen nog niet helemaal. Als je je als man begeeft tussen de wilde vrouwen breng je het er nog steeds niet levend van af Die enge orgiastische feesten zien we later in onze cultuur  terug als heksen, die in een pan met giftige soep roeren onder het spreken van wartaal.

De beweringen van Graves worden tegenwoordig ernstig in twijfel getrokken, of op z’n minst met een een korreltje zout genomen, maar het blijft verleidelijk te denken dat mensen in al die eeuwen niet wezenlijk zijn veranderd. De hoop op bestendiging wordt uitgedrukt in het rituele, het religieuze. (Als iets niet goed gaat hebben we de rituelen zeker verkeerd gedaan) De hoop op verandering, succes, overwinning, wordt uitgerukt in het militaire. (Als het niet goed gaat: beat them or join them)  Twee manieren van handelen die soms lijnrecht tegenover elkaar staan (Make peace, not war) en soms elkaars hulp inroepen. (Jihad) Met dramatische gevolgen. Wat is een amok-lopende jongeman (nooit een vrouw)  in een winkelcentrum anders dan de Achaïer die  de middelen heeft  te beslissen over niets meer of minder dan leven en dood, en zijn frustratie omdat het hem in de wereld onmogelijk wordt gemaakt die middelen in te zetten. Wat is het huidige Europa anders dan de priesteressen, de oude Koninginnen, dan Hera, die zich verlaten op fijnzinnige rituelen (vergaderen) en een fijnmazig stelsel van gunsten en straffen, die vroeg of laat ten onder gaat aan welvaartszwakte. Wat zijn Trump, de Brexiteers en de dictatoriale en door hun eigen volk geliefde Erdogan en Poetin anders dan de goden die in opstand komen op het moment dat de Priesteressen teveel van hun oude macht proberen terug te winnen?

In ieder geval is het leuk de Griekse Mythen niet te zien als een geheimzinnige en betoverend verslag uit een Jungiaanse droomwereld, maar:

Niets geheimzinniger dan moderne verkiezingsaffiches.

Waarmee de relatie tussen politiek en mythologie voor mijn gevoel is gelegd.

 

Mythe
Mythe. Door het woord ‘again’ wordt er een voorouderlijk, mythisch beeld geschetst, waarin alles nog goed was. Dat is uiteraard een leugen. Zonder het woord ‘again’ zou er een heel wat progressiever zinnetje staan.

.

Anagnorisis

logo-wit

kpcsp5Npvs_1416555162510

Ik heb zin een paar artikelen te schrijven rond dramaturgische termen. In een podcast kwam ik het woord agnorisis tegen.

Dat woord komt uit de poëtica van Aristoteles en het betekent: herkenning. Het is een speciaal soort wending in een verhaal en komt zo’n beetje in iedere film voor. Het is het moment dat het hoofdpersonage, of de held, tot een geweldig inzicht komt, waardoor alles omdraait.

Ineens kom je tot het inzicht dat je vriend een vijand was, ‘E tu Brute!’ – ‘Maar Willem! Wat doe je nou! Ga je me omleggen?… Ik dacht dat we vrienden waren!’ Of, omgekeerd, dat de vrouw, die je aanzag voor je grootste vijand, en die je door huurmoordenaars hebt laten ombrengen, in wekelijkheid degene was die je altijd, onvoorwaardelijk op de achtergrond heeft gesteund. ‘Was JIJ het die mijn studiebeurs heeft betaald? En ik dacht mijn hele leven dat je tegen me was!’

Het is het ook moment waarop Sherlock Holmes zegt: ‘Ach natuurlijk! Hoe had ik zo stom kunnen zijn! Ik weet, beste Watson, nu wie het heeft gedaan!’

Het is het moment dat een aantal brexit-stemmers zich realiseert dat het misschien toch niet zo’n goed idee is geweest.

Op z’n best komt -dramatisch gezien dan –  de Anagnorisis tot z’n recht op het moment dat het eigenlijk te laat is. Want de held of het hoofdpersonage die dit ondergaat ziet zijn leven voorgoed veranderd.

Het is de hardwerkende vader die ontdekt dat hij veel te weinig aandacht aan zijn vrouw en kinderen heeft besteed. Het goed wil maken met een bloemetje en een mooi gedicht, maar er is geen vergeving mogelijk, hij moet het huis verlaten.

Het is dus de -plotselinge- overgang van onwetendheid naar inzicht. Dikwijls is het een intern proces. De schellen vallen het personage van de ogen. In de film is het een closeup. Het is een stilte. Het is een moment zonder tekst. Een van mijn favoriet agnorises is het Parcival-Moment: Een jonge man wordt als voorname gast behandeld op een feestje van de groten der aarde, staat oog in oog met het hoogst denkbare, en dat blijkt een man te zijn die verrekt van de pijn. De man stelt de jongeman een paar vragen, maar de jongeman reageert verkeerd. Pas later, als de feestzaal inclusief lijdende man is verdwenen en de jongeman alleen is, realiseert de jonge man zich dat hij oog in oog heeft gestaan met Christus. (Het blijft een middeleeuws verhaal) En dat hij de enige mens was die Christus en daarmee de hele mensheid had kunnen verlossen, en hij heeft het nagelaten!

Mijn eigen Anagnorisis was een heel gewone. Ik had, als iedereen op die leeftijd, niet veel op met mijn vader. Ik dacht dat hij het niet echt zag zitten wat ik deed. Hij overleed toen ik jong was. Bij het opruimen van de spullen vond ik zijn portefeuille. Alle stukjes uit de krant die over mij gingen had hij liefdevol uitgeknipt, in zijn portefeuille gestopt en op zijn hart gedragen. Zelfs de artikeltjes waar ik me, op zijn leeftijd gekomen, een beetje voor schaam.