CD Doodstil

Er is iets misgegaan

Vanwege onhandigheid mijnerzijds kwamen een aantal bestellingen niet goed bij me aan. Als je al betaald hebt, maar nog geen cd hebt ontvangen hoor ik het graag. Mijn nieuwe mailadres is:

veldman.jan@gmail.com

Dan stuur ik je de cd alsnog op en daarbij vele, vele excuses!

Usquert

Groningen. Zoals je in Amsterdam volop het geldverdienen in de zeventiende eeuw kunt afzien aan de grachten en de trotse grachtenpanden, zie je in de provincie Groningen de geweldige middeleeuwen. Die romaanse kerkjes, met hun oeroude graven en dakspanten – ze staan er nog! En als het Amsterdamse geldverdieners het toelaten en de bodem niet onder de fundamenten leegzuigen, blijven ze er staan. Je kunt er gewoon naar toe, bijvoorbeeld zaterdagmiddag 8 september in Usquert, waar het hele weekend Monumentaal Usquert plaatsvindt – en dan treed ik er op! In de Petrus en Pauluskerk. O wat heb ik er een zin in!

Dus wil je een keer naar de kerk en mij zien optreden met mijn profaniteiten? Kom dan zaterdagmiddag 8 september naar Usquert! Ik zal er twee keer iets moois van maken. Om half twee en om half vier.

Natuurlijk speel ik mijn positieve activiteitennummer ‘Doen in Usquert’ maar ook mijn andere ongevoelige chansons met een bevrijdende lach en een goed glas droefheid. En als je via dit medium een verzoekje hebt – de kans is groot dat die wordt ingewilligd!

Dood van de kluchtenkoning

John Lanting, die nu is overleden, gaf het publiek dat er voor in was weer toegang tot ‘ouderwetse’ kluchten. Daarnaast ontwikkelde hij zich tot een ambassadeur van dat genre. Het was in de tijd dat het theater in Nederland indrukwekkende vernieuwingen doormaakte. Ik hou ontzettend van kluchten, volgens mij was hij ook een goeie acteur (zijn rol als ambtenaar Ogterop Deux in Kunt u ons de weg naar Hamelen vertellen meneer? – staat in mijn geheugen gegrift) maar om de kluchten van John Lanting heb ik zelden kunnen lachen. Het was alsof je naar andermans feestje aan het kijken was. Er zat voor mij te weinig in dat resoneerde met mijn eigen angsten, paniek en demonen. In de Grote Kluchten gebeurt dat wel. Feydeau, Labiche, John Cleese in Fawlty Towers, ze maken je nerveus, beschaamd en de lach komt voort uit het ontladen van de in het verhaal opgebouwde gêne. John Lanting bediende het publiek dat juist niets van die gêne moest hebben, mensen die na de oorlog de middelbare leeftijd hadden bereikt hadden geen zin in angsten en demonen. Lachen om een gebloemde onderbroek op het toneel was al leuk zat. Je kunt van alles over hem zeggen, maar hij was in ons land toch een belangrijk ijveraar voor een genre waar nogal op neer wordt gekeken. Hij deed dat in een stijl waar het moderne theaterpubliek niet veel mee had, maar dat maakt het genre van de klucht niet minder doeltreffend en urgent. De klucht is altijd urgent. Want de klucht gaat uiteindelijk over de paniek die uitbreekt als de dood aan een van je vele deuren klopt.

E-

Ik heb nooit een rijbewijs kunnen halen. Vier keer heb ik rijexamen gedaan, het theoriegedeelte ging voortreffelijk maar bij het praktijkexamen stonden de examinatoren -allemaal mannen met snorren – doodsangsten uit om mijn rijgedrag. Nou ja, dacht ik, met fiets en OV kom je ook een eind. Toch miste ik de reikwijdte en het vrijheidsgevoel dat aan het bezit van een auto werd toegeschreven en nu heb ik dus een elektrische fiets. Een groot, statig ding met een motor van het merk Bosch in het midden. Inmiddels heb ik ‘m een kleine maand en het is nog wel een beetje wennen.

Je stapt op, begint te trappen en het is alsof iemand ineens een duwtje geeft. Wat bij een eerste duwtje prettig herkenbaar is, maar de onzichtbare vriend blijft doorgaan met duwtje geven en dat voelt een beetje overdreven. Je haalt de nodige trage fietsers in van het soort waar je zelf ook toe behoorde, voordat je op een e-fiets zat. Je denkt aan al die gesprekken met vrienden. ‘Geen haar op mijn hoofd die er aan denkt zo’n ding te kopen.’ hoor je jezelf nog zeggen. ‘Dan ben je gelijk al aan je pensioen toe. Als je zomers over het fietspad gaat is het er vergeven van oudjes die je inhalen op zo’n ellende-ding.’ Het is allemaal waar wat je zei, maar nu heb je zelf zo’n ding.

Ik wilde een zo sportief mogelijk model die zo hard mogelijk kon, ‘want’, zei ik, ‘ik ben nog niet bejaard!’ – Die hele snelle zijn peperduur en bovendien heb je daar een rijbewijs voor nodig en een gekke helm. ‘En ik wil een gesloten kettingkast, anders roest -ie onder mijn kont weg,’ zei ik ook. ‘Dan moet u deze nemen,’ zei de fietsenmaker en liet me het stijve, degelijke model zien, ideaal voor de moderne bejaarde, waar ik nu op rijd.

Maar goed, ik ga echt wel sneller, al houdt de motor na 25km per uur op met zijn hulp. De tijdwinst die het oplevert gaat op korte afstanden verloren omdat ik ineens heel wat meer tijd kwijt ben om hem op hangsloten en andere beveiligingen te zetten.

Uit gewoonte blijf ik gek genoeg nog zwaar ademen, omdat ik het op mijn gewone fiets zo gewend ben. Aan het einde van de rit ben ik duizelig omdat mijn pavlov-inspanning in geen enkele verhouding staat met mijn daadwerkelijke inspanning. Het fietsen kost dan wel geen energie, ik kan die energie ook niet kwijt.

Naast gewone versnellingen heeft een e-fiets een knopje waarmee je de motor bedient. Dat gaat van ‘uit’ naar ‘eco’ naar ‘toer’ naar ‘sport’ naar ‘turbo’. Het systeem erbij is als volgt: Hoe sportiever het woord, hoe harder de motor werkt, hoe minder je zelf hoeft te doen, hoe onsportiever je dus in feite bent. Nu nog bied ik moedig weerstand tegen de verleiding de motor permanent op standje ‘toer’ te zetten, maar de dag zal komen, ik hoop niet al te snel, dat ik lui en der dagen zat me enkel nog per turbo zal verplaatsen.

Stroming

Ik heb zo vaak hetzelfde gesprek gevoerd en de periode van achteraf-ergernis wordt maar niet korter.
Hij gaat zo:
‘Goedemiddag, eh meneer.’
‘Ah, ik zie het al,’ zeg ik, want de fraai opgepoetste jongeman, die speciaal voor huisvrouwtjes is geselecteerd, draagt een hesje van de NUON. ‘U wil mij een nog goedkoper abonnement aan de hand doen dan die ik al heb.’
‘Inderdaad.’
‘Nou dat wil ik niet.’
‘Waarom niet als ik vragen mag?’
‘Daarom niet.’
‘Maar u lijkt me zo prijsbewust,’ probeert de jongeman.
‘Nou dat ben ik niet.’
‘Hoe kunt u dat nou van uzelf zeggen.’
‘Omdat het waar is. Ik ben niet prijsbewust en ik ben er trots op.’
‘O maar u bent echt wel prijsbewust hoor. Ik kan u iets aanbieden waardoor u aanzienlijk goedkoper uit bent. Mag ik u vragen bij wie u nu uw elektriciteit haalt?’
Hopeloos.
‘Nee, dat mag u niet.’
Want, denk ik, over aan jaar komt er weer een ander aan de deur met hetzelfde verhaal met een minimaal voordeel en een maximum administratiegedoe.
Maar dat zeg ik niet, want dan wil hij meteen aantonen dat het in dit geval anders ligt dan ik denk en voor ik het weet zit hij bij me aan tafel met allerlei cijfertjes te goochelen, die me het ene oor in gaan en het andere oor uit.
Zo zal het gaan, ik weet het zeker, want zo ging het alle andere keren..
‘Als u me even de gelegenheid geeft het een en ander uit te leggen,’ zegt hij. Het is zijn laatste poging. Ik voel een bres in zijn harde schild van zelfverzekerdheid. Ik zie zijn strategie.
Semi-intellectueeltjes als ik willen nooit op domheid en halsstarrigheid worden betrapt, maar af en toe moet ik de kracht vinden om het wél te zijn. Ik recht mijn rug en word van teflon, waar alle verkoopargumenten hopeloos van afglijden. Ik roep de leegte in mij op en zie af van alle meegaande gedachten. Ik ga in de tegenaanval door hem tot meegaandheid te dwingen en probeer een smeekbede.
‘Gaat u alstublieft naar iemand anders, dit heeft bij mij geen zin.’
Dat blijkt te werken.
‘Goed, dan wens ik u een prettige dag verder,’ zegt hij eindelijk. En in de luttele tijd van het sluiten van een deur is hij verdwenen.
Dit keer ging het goed. Maar een volgende keer heb ik na een moment van aarzeling toch weer zo’n gast in de kamer die me allerlei hopeloze vergezichten voorschotelt, terwijl ik alleen maar denk: ‘Ga toch weg.’

Hotel Zigterman

Afgelopen jaar druk bezig geweest met het schrijven van drie komedies, onder de gezamenlijke naam Hotel Zigterman. Het meeste werk was wel om alle serieus bedoelde elementen te schrappen. Dit wordt een heerlijke productie dat werkelijk geen donder voorstelt, en dat is een hele geruststelling in deze tijd. De repetities zijn begonnen. Met oa Marieke Klooster (Vrouw Holland) en Miranda Bolhuis (Boven Wotter) en Roger Goudsmit (Boven Wotter) – Regie: Albert Secuur. Helaas alleen in Midden Groningen te zien.

De Lubitsch Touch van Martin McDonagh

Wat maakt ‘Three billboards outside Ebbing, Missouri’ zo’n goede film? – Die is gemaakt door een toneelschrijver. The beauty queen of Leenane (ooit gespeeld door Theater te Water) en het wreed-hilarische A skull in Connemara (met veel knekelhumor) zijn fantastische navrante werken van dezelfde schrijver/regisseur.
Martin McDonagh laat zijn verhalen afspelen in het milieu waarin mensen moeten vechten voor hun bestaan en in staat zijn dat met veel hartstocht en gein te doen. Ga er maar aan staan. Een radicale afsplitsing van een radicale vleugel van de IRA heeft een man aan de muur hangen om gevild te worden. Voor het zover is wisselen beul en slachtoffer moppen en wisecracks met elkaar uit. De moppen zijn nog leuk ook. En de situatie is op een vreemde, gelukkige manier geloofwaardig. Drama en humor liggen vlak naast elkaar. Ik moest denken aan de filmer Ernst Lubitsch, die de meest dramatische scenes met schmaltz en humor kon vertellen. Kijk maar eens naar zijn To be or not to be (1942). Om aan razzia’s te ontkomen spelen goedmoedige joodse toneelspelers nazi’s, die echte nazi’s dwingen jood te spelen. Komische misverstanden, iedere zin is raak,maar o wat gaat het om erge dingen!
Ik was even vergeten hoezeer ik beïnvloed ben door het onophoudelijk kijken naar Lubitsch-films. Martin McDonagh zal dezelfde inspiratiebron hebben gehad. Maar, dacht ik na de film, hij heeft er iets aan toegevoegd. Iets dat doet denken aan ideeën van Fransiscus van Assisi – fysieke pijn ligt dicht bij hoop, woede ligt dicht bij verlossing. Zoals ook in deze film humor dicht bij drama ligt. In ‘Three billboards’ zie je het verhaal waarin de mensen ontdekken dat ze uiteindelijk niet af willen komen van de oorzaak van hun woede, maar van de woede zelf. En dat is een mooie mededeling voor deze tijd.

Episch

masks

 

Om van (recente) geschiedenis en politiek een goed werkend toneelstuk te maken, wordt vaak gebruik gemaakt van de epische vorm. Dat wil zeggen: er is een vertelinstantie, een of meer personages die het woord rechtstreeks tot het publiek richten, afgewisseld met korte scènetjes, waarin de acteurs voor de duur van de scene even in een personage schieten. Een beetje zoals de Griekse tragedies. De kunst van het epische theater is om, ondanks de afstandelijke verteller, het publiek emotioneel te raken. Voordeel is de artistieke mogelijkheid om het over een lange tijdsperiode te hebben. Je kunt je moeiteloos sprongen van van weken, maanden en jaren veroorloven. Je kunt je verteller doodeenvoudig laten zeggen: ‘Maar een maand later vond ineens dit gesprek plaats…’ Daartegenover is er weer weinig ruimte voor psychologische fijngevoeligheden.

Ik lees Stuff Happens van David Hare. Het verhaal over de angstaanjagend dubieuze oorsprong van de Amerikaanse inval op Irak in 2003. (Na de aanslagen op de Twin Towers op 11 november 2001 door Al Queda, willen hardliners als Donald Rumsfeld liever Saddam Hoessein in Irak met veel militair machtsvertoon verslaan, dan de werkelijke schurk vinden. Om zoveel mogelijk medestanders te krijgen moet bewijs worden gefabriceerd, de waarheid geweld aan worden gedaan en spierballendiplomatie worden gebruikt. Dit lukt helaas, met een verwijdering tussen de VS en Europa in de VN tot gevolg, en natuurlijk onnoemelijk veel slachtoffers.) Wat dit stuk spannend maakt is het personage van Colin Powell, de eerste zwarte minister van buitenlandse zaken. Het algemeen politieke moet persoonlijk worden. We zien Powell de beweging maken. De geknakte ruggengraat. Van standvastig afstand nemen van de onzinnige en ongefundeerde plannen een land binnen te vallen tot aan publiekelijk non-bewijzen aanvoeren als excuus om toch oorlog te kunnen voeren. Dit verhaal werkt, vooral om de in eenvoudige monologen in de vorm van getuigenissen van boze journalisten en slachtoffers knalhard binnen te laten komen en het publiek tevreden om het verhaal maar verontrust om de inhoud naar huis te sturen. De scenes zijn er om woede, angst en medelijden te genereren. En soms een welkome lach.

Zo keek ik naar Het Pauperparadijs van Tom de Ket. Ieder stuk over vroeger gaat over nu. Je wil niet vertellen over hoe de dingen vroeger waren, je wil laten zien welke mechanismen van vandaag de dag ook toen al werkten, om duidelijk te maken hoe oneerlijk de politiek kan zijn en hoe blind voor de realiteit. Ook hier wordt een grote tijdsspanne beschreven – ongeveer 25 jaar, ook hier een verteller en acteurs die meerdere personages spelen. De waarden die in dit stuk worden belicht zijn idealisme en statusbehoud. Over het verhaal kan ik verder niks kwijt, dat is zonde, maar ik kan je wel vertellen dat het werkt. Het feit dat het grote publiek zich werkelijk liet meeslepen laat zien dat de vorm van het epische theater zeker niet dood is. Het is een uitgesproken vorm om de grote gebeurtenissen waar we mee te maken krijgen in een groter perspectief te plaatsen, op een manier de even urgent aanvoelt als het nieuws van de dag. Het is heel wat moeilijker om dat te bereiken in een andere kunstvorm. Ik denk zelfs dat het epische theater in een aantal opzichten effectiever is dan onderzoeksjournalistiek.

Geen Paniek

image10

Las net een slechte recensie over ‘Noises Off’ van Michael Frayn. (Nu speelt het als zomervoorstelling in het Nieuwe De La Mar, als altijd met Tjitske Reidinga en Peter Blok onder de naam Geen Paniek!) Oubollig vond de Volkskrantrecensent. Oubollig en platvloers. Ja, wat had je gedacht! Het is een klucht! Twee focking sterretjes van de vijf. Kom me niet aan ‘Noises off’ van Michael Frayn! Het is een briljant stuk; een klucht van het hoogste niveau, waarin het leven achter de coulissen een grotere klucht is dan dat wat ‘onstage’ gebeurt. Eerst zie je wat er op het toneel plaatsvindt, er gebeuren wat onverklaarbare dingen, daarna wordt de tijd teruggezet naar het begin en zie je alles achter het decor. En zie je wat die onverklaarbare dingen heeft veroorzaakt. t Is een standaardwerk voor ieder die het genre meester wil worden. Alles grijpt ingenieus in elkaar. De recensent gaf toe wel te hebben gelachen, maar dat was uit medelijden. John Cleese zei eens over Fawlty Towers: ‘De humor van de komedies in die tijd zat hem in snuggerheid en snedigheid van de dialogen. Eerst zegt de een een snuggere zin, daarna de ander. Ik vind er niks aan. Dus kozen we voor de fysieke humor van de slapstick, de klucht, zonder dat er zo nodig een diepere betekenis in te leggen.’

Ziel

800x800bb

Ik had ooit een boekje, uitgegeven door een vaag anarchistisch drukkerijtje, dat als titel had: The soul of man under socialism. Het was in 1890 geschreven door Oscar Wilde. Ik ben het boekje kwijt, maar de titel blijft me bij. Van de inhoud van het essay begreep ik niet veel, het was geloof ik dat Kropotkin de nieuwe Christus zou zijn en dat het socialisme het beste in de mens naar boven zou halen, maar ik zag iets anders: hoe gedragen personages zich in een onderscheiden politiek regime, in een bepaald wereldbeeld. The soul of man under Putinism, the soul of man under Trumpism, the soul of man under populist government, the soul of man under global warming. En ineens zie ik mogelijkheden dramatische verhalen te bedenken die een politieke en maatschappelijke lading hebben, zonder dat de personages daar rechtstreeks mee bezig zijn. Neem bijvoorbeeld de opwarming van de aarde. Het meest voor de hand liggende is te vertellen over dijkdoorbraken en mensen die verdrinken. Maar als we ons proberen in te leven in wat de opwarming werkelijk met de mensen doet als we de gevolgen ervan eenmaal gewoon zijn gaan vinden, dan komen we misschien op mooie situaties. Met welke problemen houdt de elite zich dan bezig? (Niet met de opwarming!) Hoe leeft de onderlaag van de bevolking? (Ze schikken zich in hun lot en overgebruik aan drugs wordt oogluikend toegestaan) Hoe vieren ze feest, hoe hebben ze seks, hoe verlopen hun relaties, hoe is hun moraal, wat zijn hun complottheorieën — hoe is hun ziel? Maar niemand maakt een woord vuil over waar het allemaal mee begon. Zelfs de Brexit zal ooit zo normaal worden dat niemand er meer aan denkt en dat niemand op de gedachte zal komen hoezeer dat het lot van de mensen heeft beïnvloed.
Ik hoop het boekje ooit terug te vinden, maar eigenlijk geeft het kennen van de titel al genoeg stof om over na te denken.

Dit is de tekst van het boekje