Solidair

Ik ging apart naar een Havo waar ze kunstgeschiedenis als vak hadden. Daarvoor moest ik negentien kilometer rijden met de brommer. Het vak was prachtig van inhoud, maar werd helaas gegeven door een oudere leraar die geen orde kon houden. Telkens als hij met zijn rug naar de klas stond om iets aan te wijzen op een renaissance-kunstwerk (iets wat me heftig interesseerde) waren er jongens die blaadjes uit hun multomap scheurden, er propjes van maakten erop het hoofd van de leraar kunstgeschiedenis mikten.

Die dag draaide hij zich woedend om en zei: ‘Goed! Wie deed dat?’

Niemand natuurlijk.

‘Nog één keer. Wie deed dat? Als niemand de verantwoordelijkheid neemt deden jullie het allemaal en dan moeten jullie na het laatste uur terugkomen.’

Hoongelach was zijn deel.

‘Goed,’ zei de leraar kunstgeschiedenis, ‘dan blijven jullie allemaal maar na!’

Shit.

In de tussenliggende uren wierp een anders wat luie jongen, die een voorkeur had voor te korte t-shirts, zodat hij altijd met een blote buik rondliep, zich ineens op als verzetsleider. In de pauze bevond hij zich, druk pratend, in het midden van een groep klasgenoten met verbeten gezichten.

‘We komen geen van allen terug,’ bezwoer hij.

De meeste van mijn klasgenoten konden zich daar wel in vinden.

Maar ik hoorde bij een groepje dat wel degelijk terug wilde komen. Ik was wel nieuwsgierig wat de leraar kunstgeschiedenis te vertellen had over de renaissance, als hij even geen ordeproblemen had.

Daardoor ontstond er een strijd tussen een minderheid – wij – en een meerderheid – de opstandelingen. De Verzetsleider liet zich zijn rol niet afpakken en riep dat ons gedrag Niet Solidair was.

Ik zei tegen mijn vrienden dat solidair zijn niet hetzelfde is als meehuilen met de wolven in het bos. Niettemin helden mijn vrienden over naar wegblijven. De redenen die ze daarvoor aangaven waren vaag en verschillend, maar in de grond van de zaak werden zij geïnspireerd door groepsdruk. In feite zat ik die namiddag als enige tegenover de leraar kunstgeschiedenis, een en al oor voor de renaissance.

‘NSB-er!’ riep de Verzetsleider me na, nog jaren nadien. ‘Dat doe je niet. Met je klasgenoten hoor je solidair te zijn!’ ‘Werkelijk?’ antwoordde ik, als ik in mijn eentje was. ‘Is de Kunstgeschiedenisleraar dan een nazi? En is solidariteit niet iets wat je hebt met mensen die het slecht hebben getroffen? Gaat dit niet eerder over een verknipt soort groepsdwang? Sta jij niet de geschiedenis en de waarheid te vervalsen en om te buigen, alleen om een positie in de pikorde van de groep te krijgen?’ – Maar dat zei ik nooit hardop. Ik liet al die jaren maar welgevallen dat hij soms naast me kwam staan en ‘Gluiperd.’ siste. En ‘Ongelofelijke klootzak.’

Wat wél gebeurde, toen ik in mijn eentje tegenover de leraar Kunstgeschiedenis zat, met een afbeelding van de Sixtijnse Kapel in het zicht, was dat hij zei: ‘Ik ga niet alleen aan jou les zitten geven. Ga maar naar huis.’

Gepubliceerd door Jan

Vanaf 1986 schrijf ik professioneel voor theater, TV en film. Bovendien geef ik les aan diverse schrijfopleidingen en ondersteun producties inhoudelijk/dramaturgisch.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *