Cultuurdebat

Ik kwam jaren geleden naar De Balie voor een debat over cultuur uit andere streken. Ik hoopte van alles te weten te komen over hedendaagse Chinese prentkunst, modern theater uit het Midden-Oosten, elektronische muziek van de Inuit en de Colombiaanse avant-garde. Het woord ‘debat’ had me al moeten waarschuwen, want een cultuurdebat gaat niet over cultuur. Een cultuurdebat gaat over politiek van het engste soort.

Ik denk dat het er in het begin nog wel een paar Irakese kunstenaars werden geciteerd, maar al gauw werd het onderwerp terzijde geschoven door vragen uit het publiek.

‘Waarom gaat het weer over de Irakese elite?’ vroeg een jonge man zich hardop af, ‘en waarom gaat het nooit over de ellende die wij Koerden meemaken?’

‘Het gaat al genoeg over de Koerden!’ riep een andere jongeman. ‘Koerden en hun zogenaamde ellende.  Alsof wij Turken niet het recht hebben onszelf te verdedigen.’

De voorzitter greep in. Hij zei: ‘Laten we ons bij het onderwerp houden. Zoals de filmer Abbas Kiarostami zei…’ Maar hij kon zijn zin niet afmaken. Een andere  jongeman stond boos op. ‘Turken die het recht hebben zichzelf te verdedigen? Ha ha! — En de Armeniers dan?’

Godallemachtig. Ik begon me stierlijk te vervelen. De volle zaal begon naar zweet te ruiken. Boos zweet. Ik dacht: Ik hoor dit nog een tijdje aan, en als het niet verandert zeg ik er wat van.

Een Marokkaan gooide er nog een schepje bovenop. Hij stelde dat de Joden er op uit waren alle arabieren met wortel en tak te vernietigen. ‘We zouden het hier over cultuur hebben!’ mopperde een meneer in het publiek. Ik wilde bijna applaudisseren.  ‘Precies!’ riep de Marokkaanse jongeman. ‘De joden helpen de Arabische cultuur om zeep!’

Ik wist me van verveling geen raad meer. Ik hoorde Russen tegen Tsjetsjenen uitvaren, ik hoorde uiteraard ook Palestijnen tegen Israëliërs te keer gaan en ik had nog even de illusie dat er iemand op zou staan die zei: ‘als we het nou gewoon over kunst gaan hebben, als we met elkaar tot een nieuwe, even globalistische als individuele kunstuitingen kunnen komen, als we, net als bij de wetenschap, door samenwerking en geïnspireerde wedijver tot nóg mooier en beter in staat zijn – zouden dan  al die diepe regionale conflicten niet eens kunnen ophouden?’ Maar die hoop gaf ik op, toen iemand zei: ‘We hebben het hier wel over cultuur, ja? Niet over kunst of zo, want dat begrijpt toch niemand.’

Toen na de pauze dansende derwisjen optraden, zat de zaal nog maar voor een kwart vol. Ik liet me meevoeren in de trance, mijn gedachten werden mild en vloeibaar.  Ik koester weinig illusies over rol van de kunst voor de wereldvrede, maar ik heb een pesthekel aan dat politieke gezeik, de verbale versie van nationalistisch vlaggengezwaai. En ik weet dat dit een vrij land is, dat ieder het recht heeft te zwaaien met wat -ie maar wil, maar ik heb het recht me er kapot aan te ergeren. En om daarna mijn schouder op te halen. Dit is nu eenmaal de wereld waarin we leven.

 

Gepubliceerd door Jan

Vanaf 1986 schrijf ik professioneel voor theater, TV en film. Bovendien geef ik les aan diverse schrijfopleidingen en ondersteun producties inhoudelijk/dramaturgisch.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *