Slachtdialogen

Ik lees op dit moment Wolf Hall van Hilary Mantel. Als je eenmaal aan de elliptische stijl gewend bent is het prima te doen, vooral vanwege de  gewelds-scenes. Een moord, een brandstapel, een stevige vechtpartij. Maar ook een ander soort scene, die verband houdt met al dat geweld.  Een scene die weliswaar in taal wordt uitgevoerd, in de vorm van een gesprek, maar waar fysiek geweld en onrecht aan ten grondslag ligt. Ik noem het bij gebrek aan beter de Slachthuisscone. Een andere term is welkom.

Het is  de scene waarin een zuiver onschuldig personage tot staatsgevaarlijke vijand wordt verklaard door middel van een gesprek. Met als gevolg dat je uit de gratie valt en je leven niet langer zeker bent.  Bekentenissen worden ontlokt met gefabriceerde bewijzen, zinnen worden expres verkeerd geïnterpreteerd, woorden worden verdraaid. Een kat-en muisspel met woorden. De manier waarop een  bedrijfsleider van een oplettend personeelslid afkomt, die onregelmatigheden in de administratie heeft ontdekt. De manier waarop krijgsgevangenen tot bekentenissen worden gedwongen.

Ik stel me bijvoorbeeld een Turkse groenteboer voor, vriendelijk voor iedereen, op handen gedragen door de buurt. Op een ochtend krijgt hij bezoek van een paar mannen. Tot zijn eigen verbazing blijkt hij aan het eind van de ochtend een Gülen-aanhanger, een terrorist en een vijand van het Turkse Volk blijkt te zijn. Het gevolg van dit gesprek laat zich raden. Vroegere vrienden gaan hem vanaf dat moment ontwijken en in de nacht worden zijn ruiten ingeslagen, de winkel overhoop gehaald, of er worden zo maar drugs aangetroffen, die hem meteen een bezoek van de politie opleveren..

Dat gesprek. Van: ‘Goedemiddag heren wat kan ik voor u betekenen.’ ‘Als ik jou was zou ik ons maar niet zo schijnheilig goedemiddag wensen, want je zaak staat er slecht voor.’ tot ‘Maar dat heb ik helemaal niet gedaan’ ‘Dat heb je vaker gezegd, klootzak, je herhaalt je zelf. En je weet net zo goed als ik dat je staat te liegen.’ – dat is de slachtdialoog. Het moreel van een in wezen goed mens wordt volkomen afgeslacht. Je vindt deze technieken in de Romeinse literatuur, denk ik,  en in Jakobijnse toneelstukken. Ze zijn zo oud als de wereld, en bloedstollend. En, ondanks de grofheden, verfijnd, zoals een stierenvechter danst met een stier. De spanning zit hem in: ‘Houdt de Onschuldige, ondanks alle verbale geweld, zich staande?’ (Nee.) In de roman Wolf Hall moet de hoofdpersoon zijn eigen vrienden aan dergelijke verhoren onderwerpen, wat de scene een extra dimensie geeft.

Vaak is een verschuiving van macht de achtergrond van dit soort gesprekken. Het is oorlog op gespreksniveau.Wie het recht heeft een kamer binnen te komen en ongestraft ongehoorde grofheden te uiten, heeft de slag eigenlijk al gewonnen. Achter elk personage staan groepen van medestanders. Meestal met een duidelijke ‘mening’ – een mantra die door de factie wordt ingegeven. Trump-aanhangers intimideren aanhangers van mevr. Clinton met de volgende mantra: Ze is gek, ze is een bedriegster, ze moet in de gevangenis.

Hoe dan ook, de bedoeling is met dit soort scènes de lezer of toeschouwer het bloed te laten koken. En ik hoop dat het mij een paar keer in het leven lukt dat te schrijven.

Gepubliceerd door Jan

Vanaf 1986 schrijf ik professioneel voor theater, TV en film. Bovendien geef ik les aan diverse schrijfopleidingen en ondersteun producties inhoudelijk/dramaturgisch.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *