Episch

masks

 

Om van (recente) geschiedenis en politiek een goed werkend toneelstuk te maken, wordt vaak gebruik gemaakt van de epische vorm. Dat wil zeggen: er is een vertelinstantie, een of meer personages die het woord rechtstreeks tot het publiek richten, afgewisseld met korte scènetjes, waarin de acteurs voor de duur van de scene even in een personage schieten. Een beetje zoals de Griekse tragedies. De kunst van het epische theater is om, ondanks de afstandelijke verteller, het publiek emotioneel te raken. Voordeel is de artistieke mogelijkheid om het over een lange tijdsperiode te hebben. Je kunt je moeiteloos sprongen van van weken, maanden en jaren veroorloven. Je kunt je verteller doodeenvoudig laten zeggen: ‘Maar een maand later vond ineens dit gesprek plaats…’ Daartegenover is er weer weinig ruimte voor psychologische fijngevoeligheden.

Ik lees Stuff Happens van David Hare. Het verhaal over de angstaanjagend dubieuze oorsprong van de Amerikaanse inval op Irak in 2003. (Na de aanslagen op de Twin Towers op 11 november 2001 door Al Queda, willen hardliners als Donald Rumsfeld liever Saddam Hoessein in Irak met veel militair machtsvertoon verslaan, dan de werkelijke schurk vinden. Om zoveel mogelijk medestanders te krijgen moet bewijs worden gefabriceerd, de waarheid geweld aan worden gedaan en spierballendiplomatie worden gebruikt. Dit lukt helaas, met een verwijdering tussen de VS en Europa in de VN tot gevolg, en natuurlijk onnoemelijk veel slachtoffers.) Wat dit stuk spannend maakt is het personage van Colin Powell, de eerste zwarte minister van buitenlandse zaken. Het algemeen politieke moet persoonlijk worden. We zien Powell de beweging maken. De geknakte ruggengraat. Van standvastig afstand nemen van de onzinnige en ongefundeerde plannen een land binnen te vallen tot aan publiekelijk non-bewijzen aanvoeren als excuus om toch oorlog te kunnen voeren. Dit verhaal werkt, vooral om de in eenvoudige monologen in de vorm van getuigenissen van boze journalisten en slachtoffers knalhard binnen te laten komen en het publiek tevreden om het verhaal maar verontrust om de inhoud naar huis te sturen. De scenes zijn er om woede, angst en medelijden te genereren. En soms een welkome lach.

Zo keek ik naar Het Pauperparadijs van Tom de Ket. Ieder stuk over vroeger gaat over nu. Je wil niet vertellen over hoe de dingen vroeger waren, je wil laten zien welke mechanismen van vandaag de dag ook toen al werkten, om duidelijk te maken hoe oneerlijk de politiek kan zijn en hoe blind voor de realiteit. Ook hier wordt een grote tijdsspanne beschreven – ongeveer 25 jaar, ook hier een verteller en acteurs die meerdere personages spelen. De waarden die in dit stuk worden belicht zijn idealisme en statusbehoud. Over het verhaal kan ik verder niks kwijt, dat is zonde, maar ik kan je wel vertellen dat het werkt. Het feit dat het grote publiek zich werkelijk liet meeslepen laat zien dat de vorm van het epische theater zeker niet dood is. Het is een uitgesproken vorm om de grote gebeurtenissen waar we mee te maken krijgen in een groter perspectief te plaatsen, op een manier de even urgent aanvoelt als het nieuws van de dag. Het is heel wat moeilijker om dat te bereiken in een andere kunstvorm. Ik denk zelfs dat het epische theater in een aantal opzichten effectiever is dan onderzoeksjournalistiek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *