Een kleine tragedie

Bij elk zichzelf respecterend treinstation is een fietsenstalling met een goeie fietsenmaker. Bij ons is dat Kick Fakkeldij en zijn zoon. Kick is een goeie fietsenmaker zoals een dierenarts een goeie dierenarts kan zijn. Het gaat bij deze vakmensen niet echt over dieren en fietsen, het gaat over de mensen.

Toen ik net in Naarden woonde kon je je fiets buiten het station parkeren. dat heb ik tien keer gedaan, toen was -ie gestolen. Je kent die radeloze woede wel die zich dan van je meester maakt. Ik liep naar het hokje van Fakkeldij en ik blies mijn stoom af. Kick hoorde het met het grootste begrip aan en deed precies het goede: hij treurde met me mee en verkocht me géén fiets. Een week later, toen ik uitgerouwd was, kocht ik natuurlijk wél een fiets. Hij herkende me en liet me een aardig tweedehandsje zien waar ik voorlopig even mee vooruit kon. ‘Ik vind het zelf een heel aardig dingetje,’ zei Kick. Ik vond de prijs schappelijk. Het is nu vijftien jaar later en ik fiets er nóg op!

Intussen veranderde er veel. De gemeente wilde de fietsen niet langer voor het station zien, dus moesten er nieuwe fietsenstallingen gebouwd. Er kwam een heel nieuw gebouw naast het station te staan, speciaal voor de fietsen en Kick zijn ‘Fietspoint’. De opening was met feest en champagne. De zaken gingen goed, Kick en zijn personeel konden het reparatiewerk nauwelijks aan.

Ik parkeer mijn fiets er honderden keren per jaar. Kick bleef mij en mijn sportaatje herkennen, altijd een groet, altijd een gebbetje. Je zag hem geen groter plezier hebben als hij kinderen een nieuwe fiets aanmat. Je kon ook altijd op begrip rekenen als er iets mis ging. Toen mijn fiets eens een stationnetje verder op een hangslot stond, waarvan de sleutel definitief zoek was, kreeg ik zomaar een betonschaar van hem mee. ‘Mondje dicht.’ zei hij.

Zo’n man die je altijd het gevoel geeft dat je zijn favoriete klant bent. In moeilijke tijden kun je dat nou net even nodig hebben.

De afgelopen weken zag ik Kick en zijn zoon de hele winkel leeghalen. De stellingen met fietsbanden en regenpakken, voor en achterlichten, sloten, de nieuwe fietsen, de reparatiefietsen – alles werd afgebroken, losgeschroefd en in een oude bestelwagen afgevoerd.

Als je vroeg wat er gebeurde, zei Kick: ‘We gaan verbouwen!’ Maar dat was niet waar. Dat móest hij zeggen. Van de Nederlandse Spoorwegen. Om geen boze klanten te krijgen.

Want de Nederlandse Spoorwegen hebben in hun zichzelf toegedichte wijsheid besloten dat Kick daar weg moet. Want zie de statistieken! Wie heeft er tegenwoordig nog behoefte aan een goede fietsenmaker? En de stalling? Zie de technische vooruitgang! Die kan ook geregeld worden met pasjes, automatische deurtjes en toezicht houdende camera’s.

Dus een paar dagen geleden zag ik Kick voor het laatst in die grote, nu volkomen lege fietsenwinkel. Hij deed waar hij voor was. Hij plakte een bandje. Gewoon zoals we dat thuis ook doen, fiets op de kop, stukje schuurpapier, tube solution.

‘Ik ben hier 99,999 keer volmaakt gelukkig naartoe gegaan,’ zegt hij met vochtige ogen. ‘Alleen de laatste twee dagen is het niet te doen…’

Ik geef hem een hand en dank hem voor alles. Ik fiets naar huis onder de donkere wolken van een, vind ik, alles bij elkaar grimmig wordende wereld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *